Vaccinatie op basisschool tegen verspreiding van hepatitis A (geelzucht)

maandag, 20 januari 2020

Vaccinatie

Op donderdag 16 januari is bekend geworden dat enkele leerlingen op een basisschool in Schoonhoven recent besmet zijn met de ziekte hepatitis A.

Hepatitis A wordt ook wel geelzucht genoemd. De GGD Hollands Midden heeft besloten om alle leerlingen van de basisschool te vaccineren om de kinderen te beschermen tegen hepatitis A en verspreiding van de ziekte te voorkomen. Het ging om ongeveer 220 kinderen en de medewerkers van de school die zijn gevaccineerd.

Update woensdag 22 januari 15:40:

Vanmorgen heeft de GGD Hollands Midden alle kinderen en medewerkers van basisschool de Vlieger gevaccineerd tegen hepatitis A, om verdere verspreiding van de ziekte te voorkomen.

De vaccinatiesessie verliep soepel en snel. De sfeer was goed en rustig. Ouders met vragen konden terecht bij de artsen van de GGD Hollands Midden die ter plekke waren.

 

Veel gestelde vragen en antwoorden

Wat is hepatitis A?

1. Wat is hepatitis A?

1. Wat is hepatitis A?

Hepatitis A is een besmettelijke ziekte. Mensen krijgen het door een virus. Door het virus kan je een ontsteking van de lever krijgen. Hepatitis A komt weinig voor in Nederland. Hepatitis A wordt ook wel besmettelijke geelzucht genoemd.

2. Hoe kan je hepatitis A krijgen?

2. Hoe kan je hepatitis A krijgen?

Hepatitis A is erg besmettelijk. Het virus zit in de ontlasting van iemand die ziek is door hepatitis A.
Na bezoek aan het toilet kan het virus op bijvoorbeeld de wc-bril, de spoelknop, de kraan of de deurklink zitten. Hierdoor kan het virus via de handen in de mond terechtkomen. Via de handen kan het virus ook op speelgoed, bestek, servies en eten terechtkomen.
Mensen met hepatitis A kunnen anderen besmetten vanaf 1 week voordat de klachten beginnen tot 1 week daarna. Wanneer er dus geen klachten zijn, kan iemand met het hepatitis A-virus toch anderen besmetten.

3. Wat zijn de klachten bij hepatitis A?

3. Wat zijn de klachten bij hepatitis A?

Hepatitis A begint met de verschijnselen van een griep:

  • buikklachten, misselijkheid en gebrek aan eetlust
  • koorts
  • na enkele dagen kunnen de typische kenmerken van geelzucht ontstaan:
  • gele verkleuring van de huid en het oogwit
  • donkergekleurde urine

Bij kinderen t/m 5 jaar, verloopt de infectie vaak minder opvallend dan bij volwassenen en kan bijvoorbeeld de typische gele verkleuring van de huid of het oogwit ontbreken.

  • stopverfkleurige ontlasting

4. Hoe verloopt de ziekte?

4. Hoe verloopt de ziekte?

Na besmetting duurt het twee tot zeven weken voordat een persoon echt ziek wordt.
De ziekte duurt bij kinderen een paar weken en gaat vanzelf over. Volwassenen kunnen langere tijd ziek zijn en herstellen langzamer. Patiënten met een leverziekte hebben een verhoogd risico op een ernstiger verloop van de ziekte.

5. Kan iedereen hepatitis A krijgen? Ook na vaccinatie?

5. Kan iedereen hepatitis A krijgen? Ook na vaccinatie?

1. Mensen die de ziekte hebben gehad, kunnen daarna niet meer ziek worden. Ze hebben daarna een levenslange bescherming.
2. Mensen die gevaccineerd zijn, omdat zij bijvoorbeeld een reisvaccinatie tegen hepatitis A hebben gehaald kunnen indien die nog geldig is, ook niet ziek worden.

3. Als iemand, vóórdat hij gevaccineerd wordt, al besmet is (maar het bijvoorbeeld niet weet), is er een kleine kans dat diegene alsnog ziek wordt. De ziekte verloopt dan milder dan bij ongevaccineerde mensen.

 

6. Wie heeft er een verhoogde kans om ziek te worden?

6. Wie heeft er een verhoogde kans om ziek te worden?

  • Gezinsleden, verzorgers en partners van zieken.
  • Kinderen in kindercentra en scholen en de groepsleiding in kindercentra en de eerste twee groepen van het basisonderwijs
  • Bewoners/cliënten en verzorgers/groepsleiding in instellingen voor in het bijzonder ernstig verstandelijk gehandicapten waar het moeilijk is de hygiëne te handhaven.
  • Personen die landen bezoeken waar veel hepatitis A voorkomt (endemisch).
  • 2e en 3e generatie migranten die op bezoek gaan bij familie en vrienden in een (HAV-endemisch) land van herkomst. (vooral de kinderen kunnen als zij kort voor terugkeer een besmetting hebben opgelopen, de ziekte verspreiden in Nederland).

7. Wie heeft er kans op een ernstiger beloop van de ziekte?

7. Wie heeft er kans op een ernstiger beloop van de ziekte?

Personen met een andere leverziekte.
Ook ouderen lopen een verhoogd risico op een ernstiger verloop van de ziekte.

8. Wat zijn de bijwerkingen van de vaccinatie tegen hepatitis A? (Havrix junior, Havrix 1440)

8. Wat zijn de bijwerkingen van de vaccinatie tegen hepatitis A? (Havrix junior, Havrix 1440)

Mogelijke bijwerkingen van de vaccinatie zijn reactie op de injectieplaats in de vorm van spierpijn, gevoeligheid, warmte, zwelling of roodheid. Verdere bijwerkingen kunnen zijn hoofdpijn, vermoeidheid en slaperigheid.

 

Hoe kan hepatitis A voorkomen worden?

9. Hoe te handelen bij een verdenking op hepatitis A?

9. Hoe te handelen bij een verdenking op hepatitis A?

  • We vragen u bij klachten, contact op te nemen met uw huisarts. De huisartsen in Schoonhoven zijn geïnformeerd en zij kunnen dan in overleg met de GGD HM bepalen of er nog extra maatregelen nodig zijn om verspreiding te voorkomen. Door middel van een bloedtest kan aangetoond worden of hij/zij daadwerkelijk ziek is door hepatitis A.
  • Besteed thuis extra aandacht aan de genoemde hygiënische maatregelen om verspreiding te voorkomen.
  • Er is geen behandeling met medicijnen voor hepatitis A.

 

10. Hoe is hepatitis A te voorkomen?

10. Hoe is hepatitis A te voorkomen?

Door vaccinatie

  • Er is een vaccinatie tegen hepatitis A. Deze wordt aangeraden voor mensen die op reis gaan naar warme landen buiten Europa.

Door hygiënemaatregelen
Was de handen met water en zeep:

  • nadat je naar het toilet bent geweest,
  • na het verwisselen van een luier of iemand op het toilet helpen,
  • voor het klaarmaken van eten of flesvoeding,
  • voor het eten.

Handen wassen doe je zo:

  • Maak de handen goed nat onder stromend water.
  • Neem wat vloeibaar zeep uit een pompje.
  • Wrijf de handen over elkaar. Zorg dat er zeep op de binnenkant en buitenkant van de handen zit. Wrijf goed alle vingertoppen in. Vergeet de duimen niet. Wrijf ook tussen de vingers.
  • Spoel de zeep goed af, onder stromend water.
  • Droog de handen goed af aan een schone handdoek of aan een papieren handdoek (keukenrol).

Zorg voor een schoon toilet:

  • Laat iemand met hepatitis A een eigen toilet gebruiken. Kan dat niet? Maak dan het toilet direct schoon als de zieke naar het toilet is geweest. Vervang dan ook iedere keer de handdoek.
  • Verschoon dagelijks de handdoek in het toilet of gebruik een keukenrol om de handen te drogen.
  • Maak zeker 1 keer per dag het toilet schoon. Dit kan met een doekje en gewoon zeepsop, bijvoorbeeld met allesreiniger.
  • Let op de volgorde van schoonmaken: van schoon naar minder schoon. Begin met de deurklink, kraan, spoelknop. Doe daarna de toiletbril en de toiletpot.
  • Gebruik het doekje daarna niet om iets anders schoon te maken. Het is nog beter om doekjes te gebruiken die u weg kunt gooien.

En verder:

  • Houd de nagels kort.
  • Laat iemand die ziek is een eigen tandenborstel, washandje en handdoek gebruiken.

11. Bestaat er een vaccinatie tegen hepatitis A?

11. Bestaat er een vaccinatie tegen hepatitis A?

Er bestaat een vaccinatie tegen hepatitis A. Voor langdurige bescherming is een serie van twee vaccinaties nodig met minimaal 6 maanden tussen de eerste en de tweede vaccinatie.

De GGD geeft nu om verdere verspreiding te voorkomen alleen de eerste vaccinatie. Bent u of uw kind gevaccineerd en u wilt langdurige bescherming tegen hepatitis A, dan dient u zelf zorg te dragen voor de tweede vaccinatie.

12. Ik wil mijzelf/partner/andere kinderen laten vaccineren, kan dit?

12. Ik wil mijzelf/partner/andere kinderen laten vaccineren, kan dit?

Ja, dat kan maar het is niet nodig. De kans om besmet te raken is erg klein. Voor mensen die niet door de GGD preventief gevaccineerd worden, maar die dit wel willen, is het vaccin alleen op recept verkrijgbaar, via een (huis)arts of (reizigers)vaccinatiecentrum.

13. Waarom worden mensen gevaccineerd en niet eerst getest d.m.v. bloedonderzoek?

13. Waarom worden mensen gevaccineerd en niet eerst getest d.m.v. bloedonderzoek?

Wanneer mensen geen klachten hebben, kunnen zij het virus al wel met zich meedragen. Dit is dan nog niet altijd aan te tonen met bloedonderzoek. Door de kinderen te vaccineren, kan voorkomen worden dat zij ziek worden en dus in een eerder stadium ook anderen besmetten.
Daarnaast is bloedafname belastend voor (jonge) kinderen en is de kans groot dat zij daarna alsnog een prik moeten krijgen.

14. Mijn kind is al gevaccineerd tegen hepatitis A, moet hij/zij nu alsnog gevaccineerd worden?

14. Mijn kind is al gevaccineerd tegen hepatitis A, moet hij/zij nu alsnog gevaccineerd worden?

Wanneer uw kind twee vaccinaties tegen hepatitis A gehad heeft, is het langdurig beschermd tegen hepatitis A. Wanneer het één vaccinatie gehad heeft en dit is langer dan een jaar geleden, is het advies om te vaccineren.

15. Mijn kind is gevaccineerd via het RVP (Rijksvaccinatieprogramma), moet hij/zij nu alsnog gevaccineerd worden?

15. Mijn kind is gevaccineerd via het RVP (Rijksvaccinatieprogramma), moet hij/zij nu alsnog gevaccineerd worden?

Ja. Het RVP vaccineert tegen hepatitis B, dit is een andere ziekte dat hepatitis A. Uw kind is dus niet beschermd tegen Hepatitis A via de RVP vaccinaties.

16. Worden mensen afkomstig uit landen waar hepatitis A voorkomt geadviseerd zich te laten vaccineren voordat zij naar Nederland komen?

16. Worden mensen afkomstig uit landen waar hepatitis A voorkomt geadviseerd zich te laten vaccineren voordat zij naar Nederland komen?

Mensen afkomstig uit landen waar Hepatitis A voorkomt, zijn niet gevaccineerd tegen hepatitis A omdat de ziekte in die landen als kinderziekte voorkomt. Veel mensen maken de ziekte dus als kind al door en zijn daarna beschermd. Zij kunnen de ziekte dan ook niet overdragen aan anderen.

17. Is het vaccin tegen hepatitis A veilig?

17. Is het vaccin tegen hepatitis A veilig?

We vertellen je graag hoe het vaccin werkt en wat erin zit, zodat we kunnen uitleggen hoe veilig het is.

In vaccins zitten drie soorten bestanddelen. In de bijsluiters van vaccins staan alle bestanddelen genoemd die in een vaccin kunnen zitten. De bestanddelen kunnen we verdelen in drie groepen:

  • Werkzame delen: delen van het virus of de bacterie waartegen bescherming wordt opgebouwd.
  • Hulpstoffen: stoffen die aan het vaccin worden toegevoegd om de werkzaamheid te verbeteren, de houdbaarheid te verlengen en de toediening te vergemakkelijken.
  • Reststoffen: resten van stoffen die tijdens het productieproces van het vaccin zijn gebruikt. Na productie worden ze zoveel mogelijk uit het vaccin gehaald. Zeer kleine hoeveelheden kunnen nog achter blijven.

Toelichting werkzaam deel

In het hepatitis A vaccin zijn deeltjes van het hepatitis A virus gebruikt. Deze deeltjes zijn niet ziekmakend, maar zorgen voor een goede afweerreactie van het lichaam, waardoor het lichaam beschermende antistoffen aanmaakt.

Toelichting hulpstof

De hulpstof in het hepatitis A vaccin betreft aluminiumhydroxide. Aluminium is een van de meeste gebruikte hulpstoffen in vaccins. Aluminium in vaccins klinkt misschien eng, want we kennen aluminium vooral als een metaalsoort. Aluminium is een scheikundig element. De naam is afgeleid van het Latijnse woord Alumen en betekent aluin. In de oudheid werd aluminium al gebruikt om bloedingen te stelpen.
Aluminium zit in de lucht, ons voedsel en ons drinkwater. Per dag krijgen we ongeveer 5-10 mg aluminium binnen via onze ademhaling en ons maagdarmkanaal. Aluminium veroorzaakt alleen problemen bij veel hogere doseringen. Aluminium uit vaccins wordt langzaam door het lichaam opgenomen. Uit tot nu toe bekende berekeningen blijkt dat mede daardoor de concentratie aluminium in het lichaam na vaccinatie ver onder toelaatbare niveaus blijft. 
In de afgelopen 80 jaar, waarin aluminiumverbindingen wereldwijd op grote schaal zijn gebruikt in vaccins, zijn er geen schadelijke gevolgen geconstateerd van het gebruik van aluminium in vaccins bij mensen.

Toelichting reststof

Reststoffen zijn stoffen die in het productieproces worden gebruikt voor het kweken van de virussen en bacteriën en de bewerking voor gebruik in een vaccin. Deze stoffen worden zoveel mogelijk verwijderd voordat het in de spuit of flacon wordt gedaan, maar kleine restjes kunnen achterblijven in het uiteindelijke vaccin. De hoeveelheden zijn zo klein, dat ze geen gevolgen hebben voor de gezondheid.

 

Vragen over de uitbraak in Schoonhoven

18. Waarom vaccineert de GGD alleen kinderen van bepaalde locaties en hun families bijvoorbeeld niet?

18. Waarom vaccineert de GGD alleen kinderen van bepaalde locaties en hun families bijvoorbeeld niet?

De artsen van de GGD hebben onderzoek gedaan na het bekend worden van de besmettelijke ziekte in Schoonhoven. Op basis van dit onderzoek heeft de GGD preventieve maatregelen genomen om verspreiding te voorkomen, zoals hygieneadvies en preventieve vaccinatie. Als iemand preventief gevaccineerd is, dan is de kans zeer klein dat ze ziek worden en anderen kunnen besmetten. Daarom is het niet nodig om anderen, zoals families, te vaccineren.

 

19. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat er meerdere kinderen besmet zijn op school?

19. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat er meerdere kinderen besmet zijn op school?

Hepatitis A is een besmettelijk virus. Jonge kinderen maken de ziekte vaak door zonder dat zij verschijnselen vertonen. Hierdoor kan besmetting ongemerkt plaats vinden.

Ook hebben jonge kinderen vaak minder hygiënebesef en kan het virus zich daardoor makkelijker verspreiden. Daarom is preventief vaccineren van deze doelgroep vaak een van de maatregelen die de GGD nodig acht om verdere verspreiding te voorkomen.

20. Kinderen van de locaties waar gevaccinneerd is, gaan ook naar sportverenigingen, clubs, etc. Moeten zij ook niet gevaccineerd worden?

20. Kinderen van de locaties waar gevaccinneerd is, gaan ook naar sportverenigingen, clubs, etc. Moeten zij ook niet gevaccineerd worden?

De artsen van de GGD doen onderzoek na het bekend worden van de besmettelijke ziekte in Schoonhoven. Op basis van dit onderzoek wordt besloten welke personen gevaccineerd moeten worden. Als deze personen gevaccineerd zijn, is de kans zeer klein dat ze ziek worden en anderen besmetten. Er is nu dus geen reden om andere personen op clubs, verenigingen etc. te vaccineren.  

21. Hoeveel besmettingen zijn nu bij de GGD bekend?

21. Hoeveel besmettingen zijn nu bij de GGD bekend?

De volgende bevestigde besmettingen van hepatitis A (door labonderzoek) zijn bekend (laatste aanpassing: donderdag 30 januari)
  • Acht kinderen in de onderbouw/ bovenbouw en een leerkracht van twee verschillende basisscholen in Schoonhoven.
  • Twee kinderen op twee verschillende peuteropvanglocaties in Schoonhoven.
  • Twee leerlingen op het voortgezet onderwijs in Schoonhoven; zij zitten elk op een andere locatie.
  • Eén leerling op het voortgezet onderwijs in Gouda.

 

Deze informatie wordt bijgewerkt wanneer er nieuwe besmettingen te melden zijn.

%MCEPASTEBIN%

22. Waarom worden de leerlingen van het voortgezet onderwijs niet gevaccineerd?

22. Waarom worden de leerlingen van het voortgezet onderwijs niet gevaccineerd?

Deze leerlingen worden niet massaal ingeënt, omdat er in de directe omgeving van de kinderen geen verdere besmetting is ontdekt. Op de middelbare school letten leerlingen ook beter op hun hygiëne en is de kans op verspreiding daarom kleiner dan op een basisschool met hele jonge kinderen.

23. Heeft de lage vaccinatiegraad in de Krimpenerwaard te maken met deze hepatitis A uitbraak?

23. Heeft de lage vaccinatiegraad in de Krimpenerwaard te maken met deze hepatitis A uitbraak?

Nee. Vaccinatie tegen hepatitis A zit niet in het RijksVaccinatiePogramma, daarom heeft een lage vaccinatiegraad hier niets mee te maken. Overigens is de vaccinatiegraad in Schoonhoven niet laag, die is 93%.

24. De GGD schat in welke mensen een risico lopen op besmetting met hepatitis A naar aanleiding van de uitbraak in Schoonhoven. Hoe doet de GGD dat?

24. De GGD schat in welke mensen een risico lopen op besmetting met hepatitis A naar aanleiding van de uitbraak in Schoonhoven. Hoe doet de GGD dat?

De GGD onderzoekt wat voor contact iemand met een besmet persoon heeft gehad: hoe intensief, hoe vaak. Ook kijkt de GGD naar het tijdstip van dit contact tijdens de besmettelijke periode, waar de persoon is geweest, en/of er gebruik is gemaakt van hetzelfde toilet. Ook leeftijd speelt mee: kleine kinderen zijn nog niet hygiënebewust en lopen daardoor een hoger risico op besmetting. Oudere kinderen en volwassenen kunnen zelf maatregelen nemen om besmetting te voorkomen, bijvoorbeeld door beter schoon te maken en goed handen te wassen.

25. Hebben de besmette kinderen van de peuterlocaties hepatitis A opgelopen op deze locaties?

25. Hebben de besmette kinderen van de peuterlocaties hepatitis A opgelopen op deze locaties?

Nee. In alle gevallen geldt dat er een relatie te leggen is met de eerste Hepatitis A besmettingen. De kinderen zijn naar voren gekomen in het onderzoek van de GGD en zijn om die reden getest op het virus.
Zij hebben het virus dus ergens anders opgelopen. Omdat zij wel op de peuteropvanglocatie of peuterspeelzaal kwamen neemt de GGD preventief maatregelen.

 

Informatiefilm hepatitis A

Meer informatie

Als u nog vragen heeft na het lezen van deze informatie, neem dan contact op met de afdeling Algemene Infectieziektebestrijding van de GGD Hollands Midden. Wij zijn bereikbaar op werkdagen van 8.30–17.00 uur, telefoonnummer 088 - 308 33 61 of via infectieziektenhm@ggdhm.nl.

 

Deel deze pagina
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Contactinformatie